|
| Zintuigen
Vijf zintuigen
Met zintuigen nemen we dingen om ons heen waar.
Mensen kunnen op 5 manieren waarnemen.
Die 5 mannieren staan hieronder.
Schrijf op welk zintuig voor de waarneming zorgt:
| WAARNEMING |
ZINTUIG |
| HOREN doe je met je
| (1) ogen / oren / neus / tong / huid
| RUIKEN doe je met je
| (2) ogen / oren / neus / tong / huid
| ZIEN doe je met je
| (3) ogen / oren / neus / tong / huid
| VOELEN doe je met je
| (4) ogen / oren / neus / tong / huid
| PROEVEN doe je met je
| (5) ogen / oren / neus / tong / huid
Geef op welk zintuig je het meeste gebruikt bij de volgende dingen:
| Wat? | Waarmee?
| bril | (6) ogen / oren / neus / tong / huid
| parfum | (7) ogen / oren / neus / tong / huid
| zoet | (8) ogen / oren / neus / tong / huid
| muziek | (9) ogen / oren / neus / tong / huid
| doof | (10) ogen / oren / neus / tong / huid
| warmte | (11) ogen / oren / neus / tong / huid
| rood | (12) ogen / oren / neus / tong / huid
| zuur | (13) ogen / oren / neus / tong / huid
| geluidshinder | (14) ogen / oren / neus / tong / huid
| ruw | (15) ogen / oren / neus / tong / huid
| verrekijker | (16) ogen / oren / neus / tong / huid
| stank | (17) ogen / oren / neus / tong / huid
| stilte | (18) ogen / oren / neus / tong / huid
| bitter | (19) ogen / oren / neus / tong / huid
| geur | (20) ogen / oren / neus / tong / huid
| knal | (21) ogen / oren / neus / tong / huid
| glad | (22) ogen / oren / neus / tong / huid
| microscoop | (23) ogen / oren / neus / tong / huid
| kippenvel | (24) ogen / oren / neus / tong / huid
| zout | (25) ogen / oren / neus / tong / huid
| zoenen | (26) ogen / oren / neus / tong / huid
| prik | (27) ogen / oren / neus / tong / huid
| koud | (28) ogen / oren / neus / tong / huid
|
| Dagelijks gebruik
Hieronder staan een aantal dingen die je iedere dag wel doet
Geef steeds op welke zintuigen je daarbij gebruikt.
Bij ''lopen'' is het als voorbeeld al ingevuld.
Om te lopen heb je ogen en de huid (van je voeten) nodig.
Kijk nu in de tabel regel voor regel naar zo'n ding dat kan doen (een ''handeling'').
Geef per zintuig aan of je het er wel of niet bij nodig hebt.
| Handeling |
Ogen |
Oren |
Neus |
Tong |
Huid |
| Lopen | (29) ja / nee | (30) ja / nee | (31) ja / nee | (32) ja / nee | (33) ja / nee
| Eten | (34) ja / nee | (35) ja / nee | (36) ja / nee | (37) ja / nee | (38) ja / nee
| Met elkaar praten | (39) ja / nee | (40) ja / nee | (41) ja / nee | (42) ja / nee | (43) ja / nee
| Handen wassen | (44) ja / nee | (45) ja / nee | (46) ja / nee | (47) ja / nee | (48) ja / nee
| Muziek draaien | (49) ja / nee | (50) ja / nee | (51) ja / nee | (52) ja / nee | (53) ja / nee
Welk zintuig vind jij het belangrijkst in je leven? (54) ____________.
|
druppelen op wattenstaafje
proeven
plekken op de tong | PROEF: DE TONG
| Nodig: | wattenstaafjes
1 flesje met azijn
1 flesje met suiker-oplossing
1 flesje met zout-oplossing
1 flesje met tonic
|
De tong is het zintuig waarmee we kunnen proeven.
Je kunt er 4 smaken mee proeven: Zoet, zuur, zout en bitter.
Maar je proeft die smaken niet op alle plekken even goed.
Proef zout
Doe 1 druppel zout water op een wattenstaafje.
Hier staan de plekken van de tong die je moet proberen.
Je gaat onderzoeken door het wattenstaafje op verschillende plekken op de tong te drukken.
De persoon die proeft moet daarbij de ogen dicht houden!
Druk het staafje eerst op plek 1, dus de punt van de tong.
De proefpersoon proeft dit bij zout (55) wel / niet.
Probeer nu plek 2, dus vóór aan de zijkanten.
De proefpersoon proeft dit (56) wel / niet.
Op plek 3 kan je zout (57) wel / niet proeven.
Op plek 4 kan je zout (58) wel / niet proeven.
Op plek 5 proef je zout (59) wel / niet.
|
tong | Plattegrond van de tong
Er is één deel van de tong waarmee je het beste zout proeft.
Kleur dat deel in de tekening van de tong hiernaast rood.
De proefpersoon kan ondertussen de mond schoonmaken.
Proef zuur
Voer dezelfde proef nu uit met azijn.
Onderzoek welk deel van de tong het beste zuur proeft.
Kleur dat deel van de tong blauw.
Proef bitter
Onderzoek de tong met bitter.
Kleur dit deel van de tong groen.
Proef zoet
Onderzoek de tong met zoet.
Kleur dat deel geel.
Suiker proef je het best op de (60) ______ van je tong.
Een bittere pil smaakt het meest vies als je hem (61) voorop / achterop je tong legt.
|
doorsnede neus en keel | De neus
De neus is het zintuig waarmee we kunnen (62) _________.
Onze neus kan wel 10.000 verschillende geuren waarnemen.
De neus is dus (63) minder / meer nauwkeurig dan de tong.
Hiernaast zie je hoe een neus er van binnen uitziet.
De neus komt aan de achterkant uit in de (64) ______.
Als we voedsel eten, komt de geur achterlangs in onze neus.
Of eten lekker is, merk je vooral met je (65) tong / neus.
Met een verstopte neus kun je eten (66) beter / slechter proeven.
|
ruiken aan een flesje | PROEF: DE GEUR-TEST
| Nodig: | 5 flesjes met verschillende geurtjes
|
Probeer te ruiken welke stoffen in de flesjes zitten.
Draai de doppen meteen na het ruiken weer goed dicht!
| Flesje nr | Ruikt lekker? | Waar ruikt het naar?
| 1 | ___________ | ____________________
| 2 | ___________ | ____________________
| 3 | ___________ | ____________________
| 4 | ___________ | ____________________
| 5 | ___________ | ____________________
|
Vragen
|
1. | Noem de vijf zintuigen: (67) _________________________________.
|
2. | Welke smaak proeven we voorop de tong? (68) zoet / zuur / zout / bitter.
|
3. | Welke smaak proeven we achterop de tong? (69) zoet / zuur / zout / bitter.
|
4. | Van je eten proef je het meest met je (70) tong / neus.
|
5. | Hoe kan het dat je eten ruikt dat in je mond zit? (71) ________________________________________.
|
|
Extra stof
|
6. | In drop zit veel zout èn veel suiker. Drop smaakt voorop de tong wat anders dan op de zijkant.
Dat komt omdat (72) ________________________________________.
|