pictures/kdn-zetmeel-ico.png

 
tarwe
tarwe

suiker planten
suiker planten

Zetmeel

Zetmeel komt van planten

Planten maken suiker uit koolzuurgas, water en zonlicht.

Planten kunnen zo hun eigen voedsel maken.
Suiker is een (1) plantaardig / dierlijk product.
Als planten suiker willen bewaren, maken ze er zetmeel van.
Zetmeel is een ketting van suiker-deeltjes.
Zetmeel is dus een (2) plantaardig / dierlijk product.

Opslag-plaatsen

Planten bewaren het zetmeel op aparte plaatsen.
Hier staan voorbeelden van zulke opslag-plaatsen.
Zoek de plaatsen op waar de planten zetmeel bewaren.

Zetmeel vind je bij tarwe in de (3) vrucht / knol.
Bij aardappel-planten vind je zetmeel in de (4) vrucht / knol.
Bij bananen vind je zetmeel in de (5) vrucht / knol.
aardappel en banaan

Een paar planten hebben suiker in aparte opslag-plaatsen:
Bij de suiker-biet vind je suiker in de (6) stengel / wortel.
Bij suiker-riet vind je suiker in de (7) stengel / wortel.
fijnstampen

PROEF: OPSPOREN VAN ZETMEEL

Nodig: 1 rek met 6 buizen
1 bakje met stamper
1 flesje jodium
6 voedingsmiddelen
water

Aardappel

Doe een klein stukje aardappel in de bak.
Maal de aardappel met de stamper tot een papje.
Doe hier een scheut water bij.
Doe van dit mengsel 2 centimeter in een buis.
Doe er 5 druppels jodium bij.
ALS ER ZETMEEL IN HET VOEDINGS MIDDEL ZIT,
DAN KRIJGT JODIUM EEN ZWARTE KLEUR.

De kleur van de aardappel wordt (8) lichtbruin / zwart.
In aardappel zit (9) wel / geen zetmeel.

Ui

Voer dezelfde proef uit met een klein stukje ui.
Maak eerst de bak en stamper goed schoon, zodat er géén aardappel meer aan zit.
Doe een klein stukje ui in de bak.
Maak van de ui met de stamper een papje.
Doe hier een scheut water bij.
Doe van dit mengsel 2 centimeter in een buis.
Doe er 5 druppels jodium bij.
De kleur van de ui wordt met jodium (10) lichtbruin / zwart.
In ui zit (11) wel / geen zetmeel.
meel
meel

Brood, meel

Voer de proef uit met brood.
Brood kleurt jodium (12) lichtbruin / zwart.
In brood zit (13) wel / geen zetmeel.
Voer de proef uit met meel.
Meel is al gemalen, dus kan het gelijk in de buis.
Het meel kleurt (14) lichtbruin / zwart.
In meel zit (15) wel / geen zetmeel.

Zout

Voer de proef uit met zout.
Zout kleurt (16) lichtbruin / zwart.
In zout zit (17) wel / geen zetmeel.

Bonen

Voer de proef uit met gekookt bonen.
Bonen kleuren (18) lichtbruin / zwart.
In bonen zit (19) wel / geen zetmeel.
zetmeel vak
zetmeel vak

Eigen onderzoek

Kies nu zelf iets uit, bijvoorbeeld uit je eigen lunch-pakket.
Onderzoek of dit voedingsmiddel zetmeel bevat.
Als voedingsmiddel is (20) __________________ gekozen.
Dit kleurde met jodium (21) ____ zwart, dus ___________ zetmeel.

Tabel

Vul onderstaand schema in:

Jodium kleurt zwart?Zetmeel?
Aardappel (22) ja / nee (23) ja / nee
Ui (24) ja / nee (25) ja / nee
Brood (26) ja / nee (27) ja / nee
Meel (28) ja / nee (29) ja / nee
Zout (30) ja / nee (31) ja / nee
Bonen (32) ja / nee (33) ja / nee
Jouw eigen stof ____________ ____________


VoedselHoeveel zetmeel?
Brood45%
Vlees0%
Aardappel19%
Meel62%
Rijst78%
Macaroni/pasta's71%
Bonen43%
Bekijk de voedings-tabel hiernaast.

Het meeste zetmeel zit in (34) macaroni / vlees / rijst.
Het minste zetmeel zit in (35) macaroni / vlees / rijst

Vragen

1.
Suiker wordt gemaakt door (36) alleen planten / alleen dieren / allebei.
2.
Drie planten die veel zetmeel opslaan zijn (37) _______________________________________.
3.
Twee planten die veel suiker opslaan zijn (38) ____________________________________.
4.
Zetmeel kan je zichtbaar maken met (39) _________.
Het zetmeel wordt dan (40) lichtbruin / zwart / wit van kleur.
5.
Voedsel waar veel zetmeel in zit is bijvoorbeeld (41) vlees / groente / melk / macaroni / noten..

Extra stof

6.
voedsel kringloop
voedsel kringloop
Hiernaast zie je met een pijl wat planten maken en nodig hebben.
Bij de pijlen die uit de plant komen zie je wat ze maken.
Planten maken (42) ___________________________.
Bij de pijlen naar de plant toe zie je wat ze nodig hebben:
Planten hebben dus (43) ________________________________________ nodig.

Bij dier en mens staan de pijlen precies omgekeerd:
Wij maken (44) ____________________________ uit (45) ___________________________.
Wat planten maken kunnen wij gebruiken en wat wij maken gebruiken de planten weer.

De stoffen lopen in een kring!
We noemen dat een kringloop.
Wat loopt er niet rond? (46) koolzuur / suiker / zuurstof / energie.