pictures/kdn-warm-en-koud-ico.png

 
fles als thermometer
fles als thermometer

Warm en koud

PROEF: DE THERMOMETER

Nodig: 1 fles
1 kurken met buisje
warm en koud water
Vul de fles met koud water.
Sluit de fles met de kurk.
Zorg dat het water tot de onderste streep van de buis staat.
Er mogen geen luchtbellen in de fles zitten.
Hier zie je hoe dat eruit ziet.

Vul de bak tot de helft met heet water uit de kraan.
Zet de fles in de bak zoals op de tekening.
Let op wat er gebeurt met het water in de buis.
Het water in de buis (1) stijgt / daalt / blijft gelijk.
Dit komt omdat het water in de fles door de warmte uitzet.
thermometer
thermometer

Hier zie je een thermometer getekend.
''Thermo'' betekent warmte.
Een thermo-meter kan dus warmte meten.
Zet de thermometer in de bak met warm water.
Ook de thermometer heeft een buis omhoog.
Als de thermometer warm wordt (2) stijgt / daalt de vloeistof.
Langs de buis staan streepjes om de temperatuur af te Iezen.
Schrijf bij de thermometers hieronder de juiste temperaturen.
(3) _____________ °C thermometer aflezen
(4) _____________ °C thermometer aflezen
(5) _____________ °C thermometer aflezen

De temperatuur van de waterbak is (6) _____________ °C.

PROEF: EEN RODE FONTEIN

Nodig: 1 doorzichtige bak met koud water
1 potje met gaten en buisje
1 flesje rode inkt
heet water
Doe 10 druppels inkt in het potje.
Vul het potje tot de rand met heet water uit de kraan.
Sluit het potje af met de schroefdeksel.
Zet het onderin een bak met koud water.
De proef ziet er nu uit zoals op de tekening:
rode fontein

Wat zie je gebeuren? (7) _____________________________________________.
In de tekening staat de rode inkt getekend.

Houd de punt van de thermometer 1 minuut op plek A.
De temperatuur op plek A is (8) _______ °C.

Meet op dezelfde manier de temperatuur in B en C.
De temperatuur op plek B is (9) _______ °C.
De temperatuur op plek C is (10) _______ °C.

Waar is de temperatuur het hoogst? Op plek (11) A / B / C.
Warm water (12) zinkt / drijft in koud water.
Warm water is dus (13) zwaarder / lichter dan koud water.
Schrijf de temperaturen op de juiste plaatsen in de tekening.

Warme lucht stijgt op

Als je je hand boven een kachel houdt, voel je de warme Iucht.
Die lucht stijgt omhoog.
Bij lucht gaat het dus net als bij het water in de rode fontijn.
Warme lucht stijgt op.
Koude lucht zakt juist naar beneden.
Bekijk de tekeningen hieronder.
kachel en koelkast

Bij de huiskamer staat met pijlen hoe de warme lucht stroomt.
Kleur die pijlen rood.
In deze oude koelkast wordt de koude lucht bovenin gemaakt.
Hoe stroomt de koude lucht in de koelkast rond?
Teken dit met blauwe pijlen in de koelkast.
Als stoffen opwarmen zetten ze uit en worden ze "lichter".
Als stoffen alkoelen krimpen ze en worden ze "zwaarder".

Lucht-ballon

Hier zie je een ''hete lucht-ballon".
Onder de ballon hangt een grote gas-brander.
Leg uit hoe de ballon werkt.
Gebruik de woorden: brander, lucht, verwarmen, stijgen. (14) ________________________________________.
____________________________________________________________
____________________________________________________________

Vragen

1.
Wat betekent het woord ''thermometer''? (15) __________________.
2.
Als het warmer wordt (16) stijgt / daalt de vloeistof in de buis van een thermometer.
3.
Met welke proef kan je laten zien dat warm water stijgt? (17) _______________.
4.
isolerende gordijnen
isolerende gordijnen
Hiernaast zie je ramen met gordijnen die niet even lang zijn.
De meeste warmte gaat langs de ruit verloren bij (18) A / B.
Om zuinig te stoken moet je dus (19) wel / geen gordijn voor de radiator langs hangen.

Extra stof

5.
sloot in winter
sloot in winter
In de winter koelt een sloot van boven af.
Het water bovenin zal kouder worden dan het water onderin.
Het warme water onderin zal hetzelfde doen als de rode fontein.
Het water van onderuit de sloot zal (20) __________.
In de tekening zie je de rode pijlen voor de richting waarin het minder koude water stijgt.
De pijlen waarlangs het koude water zakt zijn blauw.
Dit zakken van koeler water gaat net zolang door tot de hele sloot afgekoeld is.
Dan pas zal de bovenste laag gaan bevriezen.

Als een sloot dieper is, zal er meer water afgekoeld worden.
Het zal langer duren voor een diepe sloot gaat bevriezen.
Je kan op een sloot vaak eerder schaatsen dan op een kanaal,
omdat (21) ________________________________________.
Waarom zullen kikkers onderin de sloot niet snel doodvriezen?
(22) ________________________________________.