pictures/kdn-stop-ico.png

 

De stop

Verschil tussen stopcontact en batterij

Elektriciteits-proeven op school doe je met batterijen.
Of met speciale zwakstroom-aansluitingen.
Een batterij geeft een spanning van 4,5 Volt.
Op zwakstroom-aansluitingen staat meestal 6 Volt.
Stroom
(in mA)
Wat voel je?
1 kriebelt op je vinger
2,5 kramp in je vinger
4 kramp in je hele hand
8 loslaten wordt moeilijk
15 loslaten gaat niet meer
25 kramp in de borst
60 op slag dood

Stopcontact in huis

Op een stopcontact thuis staat (1) ____ Volt spanning.
Dat is 50 keer zoveel als op een batterij.
Stel dat je een snoer-eind met 230 Volt zou aanraken.
Dan krijg je een stroom-schok van zo'n 2,5 mAmpère.
Zoek in de tabel hiernaast op wat je dan voelt als je droge handen hebt.
Met droge handen voel je dan (2) ___________________________.
stop2
Nooit proeven doen met een stopcontact!

Water bij stroom is gevaarlijk!

Water kan de elektrische stroom heel goed doorgeven.
Als je natte handen hebt, wordt de schok 10 keer zo sterk.
Zoek op wat je van die stroom-schok van 25 mAmpère krijgt.
Met natte handen krijg je (3) _________________________.
Je ziet dat je van stroom gevaarlijke spier-krampen krijgt.
En juist door die spierkrampen kan je een draad niet loslaten.
stop3
Kortsluiting gevaar!
Gebruik voor elektriciteit-proeven nooit het stopcontact!
Wat is er gevaarlijk aan de situatie hiernaast?
(4) ________________________________________.
stop4
Kortsluiting maken
met een spijker

PROEF: KORTSLUITING

Nodig: zwakstroom of een serie batterijen
3 elektriciteits-draden
1 lampje
1 spijker
stukje schuurspons

Haal een dun draadje uit de schuurspons.
Klem dit draadje tussen klem 1 en 2.
Op de stukken A en B is het plastic van het draad afgehaald.

Maak de proef hier precies na.
Als alles goed is moet nu het lampje gaan branden.
Ga pas verder met de proef als dit gelukt is.
Leg de spijker van A naar B over het open stuk draad heen.
Wat gebeurt er nu met de lamp? (5) ____________.
Alle stroom kiest de gemakkelijkste weg.
En de gemakkelijkste weg is nu via de spijker geworden.
Je hebt kortsluiting gemaakt.

Wat gebeurt met het draadje tussen 1 en 2? (6) ______________________.
Haal nu de spijker weer weg.
Loopt er daarna nog stroom door de lamp? (7) ja / nee.
Bij kortsluiting breekt het dunne draadje en kan de stroom dus niet meer rond.
Het draadje tussen 1 en 2 werkte als een stop.
Als een stop doorbrandt, stopt ook de kortsluiting!
Een stop is dus voor de veiligheid.
stop5
Ouderwetse stop

De stop

Als je in huis kortsluiting krijgt, worden de draden heet.
Je kan dan brand krijgen.
Een stop zorgt dat dit niet kan gebeuren.
Daarom zitten er in elk huis (8) __________.
Hiernaast zie je een ouderwetse stop van binnen en van buiten getekend.
Daaronder zie je de stop als hij doorgebrand is.
We zeggen dat de stop ''gesprongen'' is.
Het draadje uit de proef is te vergelijken met (9) A / B / C.
stop5a
Stoppenkast met 4 stoppen

Stoppenkast of schakelkast

In elk huis zitten de stoppen bij elkaar dicht boven de meter waar de stroom binnenkomt
Hiernaast zie je zo'n stoppen-kast met een gesprongen stop.
Hier is stop nummer (10) 1 / 2 / 3 / 4 gesprongen.
Tegenwoordig is de stop een schakelaar geworden die zichzelf uitschakelt
De stoppenkast is dan een schakelkast geworden.
Als je de kortsluiting verholpen hebt, heb je geen nieuwe stop meer nodig.
Je kunt gewoon de schakelaar weer op "AAN" zetten.
stop6a
Stroom via klemmetjes
vergeleken met een stekker

Stekkers

Met een stekker steek je apparaten in het stopcontact.
Bekijk de tekening links
Vergelijk de batterij-opstelling maar met het stopcontact eronder.
Bij een snoer lopen de twee draden vlak naast elkaar.
Dat kan, zolang de stroom maar goed uit elkaar blijft, bijvoorbeeld door plastic.
We noemen dat plastic om een snoer de "isolatie".

Ge-aarde stekkers en stopcontacten

Hieronder zie je twee soorten stekkers:
Gewone stekker Geaarde stekker
stop6b
stop6c

Een gewone stekker werkt met (11) 1 / 2 / 3 draden.
Een geaarde stekker heeft (12) 1 / 2 / 3 draden.
De derde draad maakt de stekker ge-aard.
stop7
Als uit de wasmachine stroom vrijkomt
A=niet-geaard: je kan zelf stroom krijgen,
B=ge-aard: stroom naar de aarde

Hiernaast staat bij A een niet-geaarde wasmachine die stuk is.
Je krijgt dan een schok als je hem aanraakt.
Daaronder staat bij B een wasmachine die wèl ge-aard is.
De stroom gaat nu gelijk weg via de derde draad, en dus niet meer naar je hand.
Je kan nu (13) wel / geen schok krijgen.
Een geaarde stekker is dus extra veilig.

Vragen

1.
Hoeveel spanning staat meestal op batterijen? (14) _ Volt.';
2.
Hoeveel spanning staat er op het stopcontact? (15) 230 / Volt.';
3.
Een leerling gaat de proef over kortsluiting thuis doen.
Hiernaast zie je hoe hij de proef gemaakt heeft.
Wat is daar fout aan? (16) ________________________________________.;
4.
Iemand zet een apparaat aan en meteen gaat het licht uit.
Wat zal er gebeurd zijn? (17) ________________________________________.
Hoe kan zij controleren of er kortsluiting is?
(18) ________________________________________.
Is de kortsluiting over als ze er de gesprongen schakelaar weer áán zet? ;
(19) ja / nee omdat (20) ________________________________________
Wat moet ze eerst doen? (21) ________________________________________
5.
Van een geaard apparaat krijg je (22) wel / geen schok.

Extra stof

6.

Stoppen branden ook door als je teveel apparaten tegelijk aan hebt staan. ';
Daarom wordt de stroom in elk huis opgesplitst in groepen. ';
Hieronder zie je hoe dat gaat.';
stop9
Zoek de kortsluiting...

In de stoppenkast is stop 3 gesprongen.
Er is dus kortsluiting in de (23) wasmachine / stofzuiger / strijkplank / zolder
Waarom staat er een zaklantaarn op de stoppenkast? '
(24) ________________________________________