pictures/kdn-skelet-ico.png

 
zittend skelet

Het skelet

Drie taken

Van binnen hebben we botten.
Al die botten aan elkaar noemen we een skelet.
Het skelet heeft in ons lichaam 3 taken:

1. Stevigheid
2. Bescherming
3. De spieren zitten eraan vast

Stevigheid

Botten zijn (1) hard / zacht.
Zonder skelet kunnen we (2) wel / niet overeind blijven staan.
Het skelet dient dus voor de stevigheid.

Bescherming

Bij de schedel en de borstkas zitten extra veel botten.
Bij de borstkas noemen we die botten (3) _________.
Welke 2 belangrijke organen zitten er in de borstkas? (4) _____________________.
Welk belangrijk orgaan zit er in onze schedel? (5) ________________.
Ons skelet dient dus ook voor bescherming.
spieren
spieren

De spieren zitten eraan vast

Hier zie je de spieren van de bovenarm getekend.
Die spieren zitten vast aan het bot van de onderarm.
Als de buigspier spant gaat de onderarm (6) omhoog / omlaag.
Spieren moeten aan botten vast zitten om kracht te zetten.
Zonder botten kunnen spieren zich nergens aan vasthouden.

De delen van het skelet

De onderdelen van het skelet hieronder hebben een verschillende kleur:
De schedel is blauw, de wervelkolom rood, de ribben oranje, de bovenarmen donkergroenliggend skelet
doorsnee door bot
doorsnee door bot

PROEF: WAAROM BOTTEN HOL ZIJN

Nodig: 1 statief
1 koperen buis
1 gewicht
Hier zie je een doorgesneden bot getekend.
Dat bot is van binnen een holle buis.
In deze proef ontdek je het voordeel van zo'n holle buis.
proefopstelling
proefopstelling
Klem de buis in het midden op het statief.
De buis is aan één uiteinde hol en aan het anders plat.
Hang het gewicht aan het holle uiteinde, zoals hiernaast.
Buigt de buis ver door? (7) ja / nee.
Hang het gewicht nu aan de platte kant van de buis.
Buigt de platte kant door? (8) ja / nee.
Een holle buis is dus (9) slapper / steviger dan een platte.
Wat is het voordeel van holle botten?
(10) __________________________________________.
gewrichten
gewrichten

Gewrichten

Om te kunnen bewegen moet een skelet soepel zijn.
Daarom zitten de botten aan elkaar vast met gewrichten.
Met gewrichten kan je op veel mannieren buigen en draaien.

Meestal buigen gewrichten maar in één richting.
Het knie-gewricht kan alleen maar naar (11) achteren / opzij bewegen.
Je elleboog kan alleen naar (12) binnen / opzij bewegen.
Zulke gewrichten lijken op het scharnier van een zakmes of een deur.
We noemen ze scharnier-gewrichten.

Er zijn ook gewrichten die helemaal kunnen rond-draaien.
Een ronddraaiend gewricht is bijvoorbeeld de (13) ____________.
Zulke gewrichten lijken op de trek-haak van een auto.
We noemen ze kogel-gewrichten.
rontgen foto
rontgen foto

Gebroken botten

Hiernaast zie je een röntgen-foto (spreek uit: runtgun).
Het is een foto van een gebroken (14) ___________________.
Zo'n röntgen-foto laat iets anders zien dan een normale foto.
Röntgen-stralen gaan door vlees heen, maar niet door bot.
Met een röntgenfoto kan je dus botten zichtbaar maken.
De botten hiernaast moeten eerst weer op elkaar gezet worden.
Dan gaat er gips omheen.
Waarvoor dient dat gips? (15) ________________________________________.
Na een aantal weken mag het gips er weer af.

Vragen

1.
Welke drie taken heeft het skelet? (16) ________________________________________.
2.
Noem 3 organen die heel goed door botten beschermd zijn: (17) _______________________________________.
3.
Holle botten zijn (18) makkelijker / moeilijker te buigen dan platte.
4.
Waarom moet het skelet ook soepel zijn? (19) ___________________________________________.
5.
Je elleboog is een (20) scharniergewricht / kogelgewricht.
6.
Hoe heet een foto waar je botten op kunt zien? (21) ______________________.

Extra stof

7.
kraakbeen
Op sommige plekken zit extra buigzaam bot.
Dit bot noemen we kraakbeen.
Hiernaast zie je met zwart getekend waar dit kraakbeen zit.
Alle ribben hebben dus een stukje kraakbeen.
Ribben kunnen daarom (22) wel / niet bewegen.
Waarom moeten ribben kunnen bewegen?
(23) _____________________________________________.
8.
Als het been uit het gips komt is het dunner geworden.
Dat komt, omdat (24) ________________________________________
Je moet dus weer leren (25) _______.