pictures/kdn-microscoop-ico.png

dekglas erop leggen
dekglas erop leggen

scherpstellen
scherpstellen

fijnstellen
fijnstellen

Microscoop

De onderdelen van een microscoop

''Micros'' betekent ''klein''.
Met een microscoop kan je hele kleine dingen bekijken.
Hieronder staat een microscoop getekend.
De volgende namen zijn al ingevuld:
Lichtring: Hiermee kan je de hoeveelheid licht regelen.
Stelschroef: Gebruik je voor het scherpstellen.
Fijnstelschroef: Gebruik je om precies scherp te stellen.




(1) ________________



STELSCHROEF


FIJNSTELSCHROEF


(2) ________________


(3) _______


(4) __________



LICHTRING



(5) __________
microscoop

Nu gaan we de andere delen van microscoop bekijken:
Eerste lens: Dit is de lens waar je doorkeep kijkt.
Tweede lens: Zit vlak bij wat je gaat bekijken.
Tafel: Daar leg je het ding op wat je wilt gaan bekijken.
Klemmen: Daarmee klem je wat je wit bekijken vast.
Spiegel: Die draai je zó, dat er licht door de microscoop gaat.

Zet nu de juiste namen bij de pijlen in de tekening hierboven.
eerste en tweede lens
eerste en tweede lens

Vergroten

De eerste en de tweede lens vergroten allebei.
Hoevéél keer ze vergroten start op de zijkant van de lens.
In de tekening hiernaast vergroot de eerste lens (6) ____ x.
De tweede lens vergroot (7) ____ x.
De totale vergroting reken je uit met vermenigvuldigen.
De microscoop hiernaast vergroot dus (8) _____________________ keer.
Je kan ook een eerste lens gebruiken die 10 x vergroot.
Dan wordt de totale vergroting (9) ______________________ keer.

PROEF DE MIKROSKOOP

Nodig: Microscoop-spullen
1 schaar
1 plastic theelepeltje
1 stukje krant
1 takje waterpest
Iets wat je wilt bekijken stop je tussen 2 glasplaatjes.
Het glas-plaatje waar je het op legt noemen we voorwerp-glas.
Het glasplaatje waar je het mee afdekt noemen we dek-glaasje.
Kies hieronder de juiste namen: voorwerpglas, dekglaasje.
DRUPPEL-FLESJE
(10) VOORWERPGLAS / DEKGLAASJE
(11) VOORWERPGLAS / DEKGLAASJE
voorwerpglas en dekglas

Een letter vergroten

Het druppel-flesje heb je nodig om precies 1 druppel te nemen.
Doe precies 1 druppel water op het voorwerpglas.
Knip een kleine letter uit de krant.
Leg de letter in de waterdruppel.
Zet een dekglaasje schuin tegen de waterdruppel.
Hiernaast zie je hoe dat moet.
Laat het nu voorzichtig en langzaam los.
Teveel water kun je met een stukje papier wegzuigen.
Stel de microscoop in op de kleinste vergroting.
Gebruik bij de eerste lens 5x vergroting.
Draai als tweede lens de 10 x voor.
De microscoop vergroot nu (12) ________________ keer.
emeen cirkel
Teken hiernaast de letter zoals je hem nu ziet.
Schrijf erbij hoeveel keer je vergroot hebt.
Schuif het voorwerpglas langzaam naar links.
Bekijk ondertussen door de lens wat je ziet.
De letter schuift (13) langzaam / snel naar (14) links / rechts.
waterpest
waterpest

Een cel van een plant

Je gaat nu zelf het blad van waterpest onderzoeken.
Trek een klein blad van de stengel.
Leg dit in een druppel water op een voorwerpglas.
Dek het voorzichtig af met een dekglaasje.
Klem het op de tafel van de microscoop.
Draai als tweede lens de 10 x voor.
De totale vergroting is nu (15) ___________________ keer.
Bekijk het blad van de waterpest bij deze vergroting.
Hier staat al een deel getekend van wat je dan ziet.
Maak de tekening af met wat jij ziet.
waterpest onder de microscoop

WATERPEST (16) 10x / 50x / 100x / 1000x VERGROOT.

Het blad lijkt vergroot op een stenen muur.
Eén zo'n steen noemen we een cel.
De rand van de cel noemen we de celwand.
De groene bolletjes in de cellen heten bladgroenkorrels.
In de bladgroenkorrels maakt de plant uit zonlicht voedsel.
Zet bij jouw tekening met pijlen de volgende namen: cel, celwand, bladgroenkorrel.

Een cel van een dier

In je mond liggen losse cellen aan de binnenkant van je wang.
Strijk met een theelepel langs de binnenkant van je wang.
Strijk een beetje slijm van de lepel op een voorwerpglas.
Doe hier 1 druppel jodium bij.
Jodium kleurt de cellen geel, je kunt ze dan beter zien.
Bekijk de cellen bij 100 x vergroting.
Teken hieronder wat je ziet.
circel 700

WANGCEL (17) 10x / 50x / 100x / 1000x VERGROOT.

De celwanden zijn (18) harder / slapper dan die van waterpest.
Hebben jouw cellen bladgroenkorrels? (19) ja / nee.

Vraag je leerkracht hoe je de microscoop moet opbergen.

Vragen

1.
door de microscoop kijken
door de microscoop kijken
Pijl A wijst naar de (20) ________________ van de microscoop,
B is de (21) ________________
en C is de (22) __________.
2.
Als de eerste lens 5 x vergroot, en de tweede lens 10 x,
dan is de totale vergroting dus (23) ________________ keer.
3.
Plante-cellen hebben twee dingen die diere-cellen niet hebben:
(24) ________________________________________.

Extra stof

4.
De celwand van een plant is veel steviger dan die van ons.
Die wand staat strak gespannen door al het water in de cel.
De celwand geeft de plant stevigheid, zodat ze niet omvalt.
Wat gebeurt er met de stevigheid als de plant uitdroogt?
(25) _____________________________________.
5.
Wat zorgt bij mensen voor die stevigheid?
(26) ________________.