pictures/kdn-hersenen-ico.png

 
telefooncentrale
telefooncentrale

zenuwstelsel
zenuwstelsel

HERSENEN

Samenwerking

Ons lichaam heeft longen, spieren, ogen, en nog veel meer.
Ieder deel heeft een eigen taak.

Longen zorgen voor (1) bewegen / ademhalen / zien / horen.
Spieren zorgen voor (2) bewegen / ademhalen / zien / horen.
Ogen zorgen voor (3) bewegen / ademhalen / zien / horen.
Deze delen werken allemaal samen.
Onze hersenen regelen deze samenwerking.

Telefoon-centrale

Vergelijk onze hersenen met een vaste telefoon-centrale.
Als je opbelt toets je een nummer in.
Via een vaste telefoon-draad komt dit bij de centrale.
Die verbindt je door met een andere telefoon.
Ergens anders gaat dan de telefoon over.
Hiernaast zie je de "telefoondraden" van ons lichaam lopen.
Die draden noemen we zenuwen.
De dikke kabel langs onze rug noemen we ruggemerg.
En de telefoon-centrale zijn onze hersenen.
Die drie samen noemen we het zenuwstelsel.
Zenuwen, ruggemerg en hersenen noemen we samen ons zenuwstelsel.

Bij de tekening zijn A de (4) zenuw / ruggemerg / hersenen,
B is (5) zenuw / ruggemerg / hersenen
en C is (6) zenuw / ruggemerg / hersenen.
reactievermogen testen

PROEF: REACTIE

De één houdt een stuk papier vast, zoals op de tekening.
De ander houdt er een hand omheen om het op te vangen.
Houd tussen duim en wijsvinger minstens 1 cm afstand.
De eerste laat nu zonder te waarschuwen het papier Ios.
Is de ander snel genoeg om het op te vangen?
(7) ____________________________.
werking van de proef
Hiernaast zie je getekend wat er in de proef gebeurt.
Je oog ziet het papier vallen.
De oog-zenuw geeft dat door aan de (8) ____________.
De hersenen weten dat je het papier moet zien te vangen.
De hersenen zenden snel een boodschap naar je arm-spieren.
Je arm-spieren trekken dan samen.
Je oog belt dus via je (9) ____________ naar je arm.
Het papier is in 0,15 seconde door je hand gevallen.
Jouw reactie was (10) sneller / langzamer dan 0,15 seconde.

Reflexen

Het kan je leven redden als je snel reageert als er gevaar is.
Als je je vinger brandt, trek je hem terug vóór je het weet!
Ook als je plotseling moet remmen, doe je dit automatisch.
Deze automatische reakties noemen we (11) ____________.
kniepees reflex
kniepees reflex

PROEF: KNIEPEES-REFLEX

Ga met je benen over elkaar zitten.
Zorg dat je bovenste been ontspannen kan bewegen.
Zoek op je gevoel met je vingertoppen je knie-schijf op.
Tik met de zijkant van je hand onder je knie-schijf.
Dat is op plek A op de tekening hiernaast.
Als je op de juiste plek tikt, wipt je voet even omhoog.
Vraag je leerkracht om hulp als dit niet lukt.
Je voet wipt omhoog vóór je het weet!
Dat gebeurt automatisch, je kan het (12) wel / niet tegenhouden.
schrijven en draaien tegelijk
schrijven en draaien tegelijk

PROEF: IN DE WAR

Soms raken onze hersenen in de war.
Dat gebeurt als je teveel tegelijk moet doen.

Schrijven is op zich al moeilijk.
Daar moet je goed je hersenen bij houden.
Als je tegelijk iets anders moet doen, gaat het mis.

Schrijf hierachter je naam: ______________________________.
Ga nu met één been langzaam rond-draaien zoals hiernaast.
Schrijf nu terwijl je met je been ronddraait opnieuw je naam:

__________________________________________________
Kan jij deze twee dingen tegelijk? (13) _______________________________.
Je hersenen raken dan (14) wel / niet in de war.

Vragen

1.
Het zenuwstelsel bestaat uit 3 delen:
(15) _____________________________________________.
2.
Kan je een reflex tegenhouden? (16) ja / nee.

Extra stof

3.
Als er zenuw-draden breken, wordt de verbinding verbroken.
Dan "wordt de telefoon niet opgenomen".
Je wilt bijvoorbeeld je arm wel bewegen, maar het lukt niet.
Zo'n arm is verlamd.
Als iemand aan beide benen tegelijk verlamd is,
is meestal de (17) hersenen / ruggemerg / beenzenuw kapot.