pictures/kdn-gebit-ico.png



Gebit


gebit in een schedel



Hierboven zie je een tekening van het gebit.

De snijtanden zijn rood gekleurd.
De hoektanden zijn groen.
De kiezen zijn blauw.

Tel het aantal tanden en kiezen van het hele gebit samen.
Totaal zitten er (1) ___ tanden en kiezen in een gebit.
Met je tanden kun je voedsel goed (2) afhappen / kauwen.
Met je kiezen kun je voedsel goed (3) afhappen / kauwen.

Bouw van een tand

Hieronder staat getekend wat je ziet als je een tand doorsnijdt.
Het stuk waarmee de tand in de kaak vastzit heet de wortel.
Het stuk wat uitsteekt noemen we de kroon.
Geef bij de tekening de juiste namen: wortel, kroon.




Dit is de (4) wortel / kroon







Dit is de (5) wortel / kroon
doorsnede door tand
doorsnede door kies
doorsnede door kies

Bouw van een kies

Links staat een doorsnee van een stuk onderkaak, dwars door een kies heen.

Het glazuur is geel gekleurd.
Het tand-been blauw.
De tand-holte groen.
De kaak paars.
kies met gaatje
kies met gaatje

Gaatjes

Als je slecht poetst of veel snoept krijg je gaatjes.
Eerst komt een gaatje in het (6) glazuur / tandbeen / tandholte.
Daarna kan het (7) glazuur / tandbeen / tandholte.
Tenslotte gaat de (8) glazuur / tandbeen / tandholte.
In de tandholte lopen zenuwen die dan pijn gaan doen.
Je hebt dan (9) ____________.
Als je tanden bederven merk je vaak eerst bloedend tandvlees.
Je tandvlees gaat dan bij het poetsen een beetje bloeden.
kies met vulling
kies met vulling

De tandarts

Als een gaatje klein is heb je nog geen kiespijn.
Maar de tandarts kan zo'n gaatje al wel ontdekken.
Daarom moet je twee keer per jaar naar de tandarts.
De tandarts boort eerst het bedorven gaatje uit.
Dan vult hij het gat op met een soort cement.
We noemen dit een vulling.
gebruik spiegel
gebruik spiegel

Vullingen

Teken hieronder jouw vullingen met zwart potlood
Gebruik daarvoor een spiegeltje (of camera van een mobieltje).
Vergeet niet de zijkanten van je kiezen te bekijken.

mond vol tanden en kiezen


Hoeveel vullingen heb je? (10) __________.
Ze zitten op plekken waar je (11) gemakkelijk / moeilijk kan poetsen.
Als je gaatjes hebt op plekken waar je goed bij kan komen met de borstel,
dan heb je (12) goed / te kort of weinig / verkeerd gepoetst.
Als de gaatjes op moeilijke plaatsen zitten, zoals de zijkanten,
dan heb je (13) goed / te kort of weinig / verkeerd gepoetst.
Als je geen gaatjes hebt, heb je (14) goed / te kort of weinig / verkeerd gepoetst.
Hoe goed je poetst is belangrijker dan hoe vaak je poetst!
planteneters en diereneters
planteneters en diereneters

Planten-eters en vlees-eters

Hiernaast zie je eerst de schedel van een koe.
De koe is een (15) planten-eter / vlees-eter.
Planteneters hebben kiezen die plat en ruw zijn.
Daarmee kunnen ze planten goed fijn malen.

Daaronder zie je de schedel van een kat.
De kat is een (16) planten-eter / vlees-eter.
Vleeseters hebben kiezen die puntig zijn.
Daarmee kunnen ze vlees van hun prooi scheuren.

Vragen

1.
Gaatjes maken eerst (17) het tandbeen / het glazuur / de tandholte kapot.
2.
Waarom kunnen vleeseters hun voedsel niet kauwen? (18) ________________________________________.

Extra stof

3.
Als de hele tand gevuld wordt, is dat een wortelbehandeling.
Een afgebroken tand wordt vervangen door een stift-tand.
Een nieuw bovenstuk op een afgebroken kies is een kroon.
Hiernaast is A een (19) kroon / stifttand / wortelbehandeling.
B is een (20) kroon / stifttand / wortelbehandeling en C is een (21) kroon / stifttand / wortelbehandeling.
4.
Tand-rotting ontstaat doordat er altijd bacteriën in je mond zitten.
Die bacteriën doen zich tegoed aan de voedselresten en zoetigheid tussen je tanden en kiezen.
Als afval maken ze daarbij zuur.
Dit zuur maakt de gaatjes. Als bacteriën geen voedsel krijgen maken ze (22) wel / geen zuur.
Poetsen doe je dus vooral om (23) bacterie / voedsel / zuur weg te halen.