pictures/kdn-flora-ico.png



Flora

Bloemen op naam brengen

Bloemen kun je op naam brengen met een flora.
Een flora is een boek waarin alle planten van een gebied staan.
Hieronder zie je een stukje van zo'n flora.
flora


kievitsbloem
Hiernaast zien je een plant die in de flora hierboven staat.
Om achter de naam te komen begin je bij vraag 1.
Bij elke vraag heb je steeds 2 mogelijkheden:

Bij vraag 1 heb je als mogelijkheden 5 bloemen of 1 bloem.
De plant hier heeft maar 1 bloem.
Dus ga je door naar vraag (1) _.
Bij vraag 3 wordt gevraagd of de bloem wit of gespikkeld is.
De bloem is (2) _______________, dus is dit de
(3) __________________.

De onderdelen van een bloem

Een flora snap je pas als je de delen van een bloem kent.
Hieronder staan de onderdelen van een bloem getekend.
De bloem hieronder is doormidden gesneden, en je kijkt naar één helft.

De kroonbladen zijn geel gekleurd.
De kelkbladen groen.
De stamper blauw.
De meeldraden rood.
onderdelen van een bloem
berenklauw
judaspenning dotterbloem

Planten-families

Sommige planten behoren tot dezelfde familie.
Net als bij mensen kan je dat zien doordat ze op elkaar lijken.
Zoek op de tekeningen de planten die op elkaar lijken.
Bereklauw lijkt op een (4) boterbloem / kruisbloem / schermbloem.
Judaspenning lijkt op een (5) boterbloem / kruisbloem / schermbloem.
Dotterbloem lijkt op een (6) boterbloem / kruisbloem / schermbloem.
boterbloem kruisbloem schermbloem families

PROEF: PLANTEN OP NAAM BRENGEN

Nodig: Verschillende planten
Vraag je leerkracht om bloeiende planten.
Zoek ze in de flora op de volgende bladzijde op.
Vraag je leerkracht of je op de goede naam bent gekomen.

1. Kroonbladen geel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
ga naar 2

óf: Kroonbladen anders van kleur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
ga naar 4
bladen in krans bij de grond

2. Alle gewone bladen staan in een krans bij de grond . . . . . . . . . .
PAARDEBLOEM

óf: Er staan ook bladen langs de stengel . . . . . . . . . . . . . . . . .
ga naar 3

3. Iedere bloem heeft 5 kelkbladen én de plant is groter dan 20 centimeter
BOTERBLOEM

óf: De bloemen hebben niet meer dan 4 kelkbladen. Plant is kleiner . . . .
SPEENKRUID
bloemen in een scherm

4. De bloemen staan als een paraplu op een groot scherm bij elkaar . . . .
Ga naar 5

óf: De bloemen staan niet in een groot scherm . . . . . . . . . . . . . . .
Ga naar 6
geveerde bladeren

5. De bladen hebben veel kleine zij-blaadjes
FLUITEKRUID

óf: Blad met 5 of meer blaadjes
ZEVENBLAD
bladeren tegenoverstaand

6. Bladeren staan tegenover elkaar langs de stengel
ga naar 7

óf: Bladeren staan in hun eentje langs de stengel
ga naar 10

7. Kroonbladeren zijn vergroeid tot een buis met lippen aan het eind
ga naar 8

óf: Bloemen met 5 losse kroonbladen
KOEKOEKSBLOEM

8. Bloemen rood of blauw
ga naar 9

óf: Bloemen wit
WITTE DOVENETEL

9. Bloemen blauw
HONDSDRAF

óf: Bloemen rood of paarsrood
PAARSE DOVENETEL
vorm van de vrucht

10. De vrucht is langwerpig en de kroonbladeren zijn roze
PINKSTERBLOEM

óf: De vrucht is vooral breed en de kroonbladeren zijn wit
HERDERSTASJE

Vragen

1.
Planten kun je op naam brengen met een (7) _______.
2.
Hiernaast wijzen de pijlen naar delen van de bloem.
A wijst naar (8) meeldraad / stamper / kroonblad / kelkblad.
B wijst naar (9) meeldraad / stamper / kroonblad / kelkblad.
C wijst naar (10) meeldraad / stamper / kroonblad / kelkblad.

Extra stof

3.
Bovenaan de stamper heeft een bloem stijlen.
Tel van twee van de bloemen die je kreeg het aantal stijlen.
De (11) _______________ heeft (12) _______ stijlen.
De (13) _______________ heeft (14) _______ stijlen.
De stijlen dienen om stuifmeel op te vangen.
Via de stijl komt het stuifmeel bij de eitjes in de stampen.
Het stuifmeel bevrucht de eitjes.
De eitjes groeien uit tot zaden (pitten).
De rest van de stamper kan uit gaan groeien tot een vrucht.
4.
Paardebloem is (15) wel / geen familie van de pinksterbloem.
Herderstasje is (16) wel / geen familie van de pinksterbloem.
Hondsdraf is (17) wel / geen familie van de witte dovenetel.