pictures/kdn-broeikas-ico.png


de lengte van planten meten
de lengte van planten meten

De broeikas

PROEF: DE BROEIKAS

Nodig: 2 bakjes met plantjes
1 liniaal
2 thermometers
1 glasplaat of stuk folie
Lees op de thermometers de temperatuur in de bakken.
Schrijf je resultaten op de juiste plek in de tabel.
Hier zie je hoe je de hoogte van planten kan meten.
De planten op de tekening zijn (1) 5 / 10 / 20 (cm) hoog.
Meet zo de lengte van de planten in de bakken.
Schrijf je resultaten op de juiste plek in de tabel.
Vergelijk ook met je vinger hoe vochtig de aarde voelt.
Schrijf in de tabel welke bak het droogste is.
Teken jouw planten in de juiste bak.
Open bak "Broeikas"
open bak
broeikas
Temperatuur: (2) _______ °C Temperatuur: (3) _______ °C
Hoogte van planten: (4) _______ cm. Hoogte van planten: (5) _______ cm
Grond voelt (6) vochtiger / droger dan de broeikas. Grond voelt (7) vochtiger / droger dan de open bak.
dampkring
dampkring
In de (8) open bak / broeikas groeien planten het hardst.
Dat komt omdat het (9) ____________________________ is.

Wordt de aarde een broeikas?

De hele aarde is eigenlijk één grote kas.
Hiernaast zie je hoe dat eruit ziet.
De lucht in de kas noemen we bij de aarde de (10) _____________.
De dampkring is geel gekleurd.
De laatste jaren komt er meer koolzuur in de dampkring.
Koolzuur is een gas, wat je niet kan zien of ruiken.
toename van koolzuur
toename van koolzuur
in 40 jaar

Grafiek

In de grafiek zie je verticaal de hoeveelheid koolzuur in de atmosfeer.
Horizontaal (van links naar rechts) zie je de tijd van (11) __________ naar 2000 lopen
In 2000 was dat al (12) _________ ppmv geworden.
Koolzuur in de dampkring werkt als een glasplaat bij de kas.
In de kas met de glasplaat was het (13) warmer / kouder.
Met een broeikas-effect wordt de aarde (14) warmer / kouder.
Als de aarde warmer wordt kan het ijs gaan smelten.
Vooral op de noord- en zuidpool ligt enorm veel ijs.
smelten van ijs
proef: smelten van ijs

PROEF: SMELTEN VAN IJS

Nodig: 1 schuine bak met hoogte-strepen
ijs
water

Bij B is er een schuin stuk met strepen in de bak.
Aan de andere kant van de bak maken we een "ijsberg".
Bij C zie je dat hoe er een "ijsberg" van ijsblokjes boven het water staat.
Bouw net als hiernaast een ijsberg.
Vul de bak met water tot de onderste streep op het land.
Laat nu het ijs smelten.
Door het smelten van het ijs gaat het water (15) dalen / stijgen.
Het water komt tot de ______________________________ cm streep.
Dit zou ook met de aarde kunnen gebeuren.
Door smelten van pool-ijs kan de zee (16) stijgen / dalen.
Misschien dat de zee hierdoor wel 80 meter kan stijgen!

Het land bij B is groen gekleurd, de zee bij bij A blauw.

Onder water

Hieronder staat de kaart van Europa.
De doorgetrokken lijn is de kustlijn, dus zee-niveau.
Op de vorige bladzij stond dat de zee wel 80 meter kan stijgen.
Dan komt het water tot aan de stippellijn te staan.
Het deel van europa dat dan onder water komt is rood gekleurd.
De rest van de zee is blauw gekleurd.
Het land dat boven water blijft is groen gekleurd.
europa met zeenivo

Nederland zou (17) onder / boven water blijven.
Zwitserland zou (18) onder / boven water blijven.
koolzuur makers
Koolzuur makers

Oorzaken van het broeikas-effect

Koolzuur is een gas wat we zelf uitademen.
Het is dus een natuurlijke stof.
Maar ook auto's, kachels en fabrieken maken koolzuur.
Daarom meten we sinds 1900 meer koolzuur.
Door koolzuur zou de aarde misschien een broeikas worden.
Noem drie manieren om het broeikaseffect te verminderen.
(19) _______________________________________.

Vragen

1.
Planten groeien (20) beter / slechter in een broeikas.
2.
Door het broeikas-effect zou de zeespiegel deze eeuw kunnen (21) rijzen / dalen.

Extra stof

3.
heldere dag
Fig.A: Heldere dag

heldere nacht
Fig.B:Helder


bewolkte nacht
Fig.C:Bewolkt
Hoe warm het wordt kan je uitrekenen.
De zon warmt de aarde bij tekening A +30 op.
De aarde koelt ondertussen -10 af.
Dus totaal krijgt de man in de strandstoel (22) ___ aan warmte.
In de nacht bij B is er geen zon.
Dan koelt het alleen maar af en wordt het dus (23) ____.
Maar wolken kunnen de warmte weer vasthouden.
Je ziet dat het bij C op een bewolkte nacht -10+5= (24) ___ wordt.
Het koudst is een (25) dag / nacht (26) met / zonder wolken.
Het warmste is een (27) dag / nacht (28) met / zonder wolken.