pictures/kdn-bloed-ico.png

 
bloedvaten als wegennet
Verkeer stroomt rond

Bloed

Bloedvaten

In je lichaam moeten alle cellen voedsel en zuurstof hebben.
Daarom stroomt er overal door je lichaam bloed.
Het bloed vervoert al die stoffen.
Om dat bloed goed te vervoeren lopen er overal buizen.
Die buizen waar bloed door stroomt noemen we bloedvaten.
Vergelijk de bloedvaten in je lichaam maar met autowegen.
Het bloed zijn dan de (1) _______ die overal naar toe gaan.
bloed stroomt rond
Bloed stroomt rond

Het hart pompt bloed.


Bloed wordt rondgestuurd door het pompen van je hart.
Je hart is een grote spier die steeds samenknijpt.
Bij elke kneep kun je je hart horen kloppen.
Je hart knijpt steeds een beetje (2) _______ door de bloedvaten.
Dat kan je aan die bloedvaten voelen.
Dan moeten die bloedvaten wel dicht onder de huid liggen.
We kunnen het goed voelen bij de keel en de pols.
voel je eigen hartslag
Voel je eigen hartslag

PROEF: HET METEN VAN DE HART-SLAG

Nodig: horloge met seconde-wijzer.
Zet je duim en wijsvinger zacht op je keel, zoals hier:
Als je ze op de goede plek zet voel je een bloedvat kloppen.
Tel het aantal slagen dat je in 1 minuut maakt.
Het aantal slagen is (3) __________.
Dit getal is de hartslag.
conditie meten
Conditie meten
Ga nu staan en maak 30 diepe knie-buigingen.
Tel meteen daarna weer je hartslag.
De hartslag is nu (4) _______.
De hartslag is dus (5) hoger / lager geworden.
Als je conditie goed is, is je hartslag nu zo'n 20 slagen per minuut sneller dan daarvoor.
Als hij veel hoger is geworden, heb je niet zo'n goede conditie.
De hartslag is iets wat de dokter altijd wil horen.
De hartslag zegt een heleboel over hoe gezond je bent.
Als je koorts hebt krijg je een snellere hartslag.
pols meten
Pols meten

De dokter voelt niet aan je keel, maar aan je pols.
Zet je vingertoppen op je linker-pols, zoals op de tekening:
Tel op die manier nog één keer je hartslag.
Je hartslag is nu (6) __________.
Hij is (7) hoger / lager geworden dan vlak na de knie-buigingen.
Dat komt omdat (8) _________________________.
dichtknijpen van een slagader
Dichtknijpen van een slagader

Grote bloeding

Een diepe wond in de pols geeft een grote bloeding.
Het bloedvat dat je in de vorige proef voelde is dan kapot.
Zo'n wond is heel gevaarlijk, want je kan dood-bloeden.
Daarom moet het bloedvat snel dichtgeknepen worden.
Je kan niet wachten op de dokter, want dat kan te laat zijn.
Je moet dan ''eerste hulp'' verlenen.
Hier zie je twee manieren om dit te doen.
Manier 2 leer je bij EHBO (Eerste Hulp Bij Ongelukken).
bloedneus stelpen
Bloedneus stelpen

Bloedneus

Ook bij een bloedneus kan je de bloedvaten dichtknijpen.
Dat doe je door je neus halverwege dicht te drukken.
Hiernaast zie je dat je daarbij (9) voorover / achterover staat.
Als je dit 10 minuten volhoudt gaat de bloedneus vanzelf over.
Wat gebeurt er als je meteen daarna je neus gaat snuiten? (10) _____________________________________.

Kleine bloeding

Bij een klein wondje hoef je niets dicht te knijpen.
Er komt vanzelf een korst op de wond.
Om dat te snappen zie je hieronder bloed door de microscoop.
De rode bloed-lichaampjes zijn hier rood gekleurd.
De witte bloed-lichaampjes zijn hier geel.
De bloed-plaatjes groen.
De vloeistof waar de bloedlichaampjes in drijven is hier licht-blauw gekleurd.
bloedlichaampjes
Bloedlichaampjes
gestold bloed
Gestold bloed, 1500x vergroot

Bloedlichaampjes

De rode bloedlichaampjes vervoeren zuurstof.
Je hebt er bij elkaar wel 25.000.000.000.000 van in je bloed!
De witte bloedlichaampjes bestrijden ziekte-kiemen.
De bloedplaatjes zorgen voor een korst op wonden.
Bij een wond gaan die bloedplaatjes kapot.
Ze maken dan lange draden.
De rode bloedlichaampjes blijven in dit net van draden hangen.
Op de wond komt dan een (11) _______.
bloed donor
Bloed-donor

Bloed-donor

Als iemand iets weggeeft noemen we zo iemand een donor.
Een bloed-donor geeft dus (12) _______ weg.
Met dat bloed kan het leven van anderen gered worden.
Hier zie je hoe dat bloed gegeven wordt.

Vragen

1.
Het hart is te vergelijken met een (13) ______.
2.
bloed cellen
bloed cellen
In de tekening hiernaast is A een (14) _______________________________,
B is een (15) ______________________________
en C is een (16) __________________.
3.
Met weinig witte bloedlichaampjes wordt je snel (17) gezond / ziek.
4.
Wat zou er gebeuren als je te weinig bloedplaatjes had? (18) ________________________________________.

Extra stof

5.
logo van de hartstichting
Logo van de hartstichting
De helft van alle Nederlanders overlijdt aan een beroerte of een hartaanval.
Als een bloedvat in je hersenen verstopt raakt of scheurt noemen we dat een beroerte.
Met onze hersenen laten we onze spieren werken.
Door een beroerte kunnen onze spieren (19) wel / niet meer werken.
Iemand met een beroerte raakt dus (20) __________.
Bij een hartaanval pompt het hart (21) wel / niet meer bloed rond.
Dan wordt in het lichaam (22) wel / geenzuurstof meer vervoerd.
Iemand met een hartaanval kan dus nog wel naar lucht happen,
maar zal toch (23) __________.