pictures/kdn-aids-ico.png


witte bloedlichaampjes en bacterie onder de microscoop
Witte bloedlichaampjes en
bacteriën onder de microscoop

Aids

Weerstand

Ziek worden we als we teveel ziektekiemen hebben.
Ziektekiemen zijn bacteriën en virussen.
Die kun je alleen zien door een (1) _______________.
Hier onderzoekt een dokter bloed van een patiënt.
Ziektekiemen zijn zo klein dat ze je lichaam "binnendringen".
Jouw lichaam verdedigt zich met witte bloedlichaampjes.
De witte bloedlichaampjes eten de bacteriën op.
Hiernaast zie je wat je onder een sterke microscoop zou zien.
De bacteriën krijgen dus geen kans en jij blijft gezond.
We zeggen dan dat je lichaam een goede weerstand heeft.
Hiernaast zijn de witte bloedlichaampjes geel van kleur.

Anti-stoffen

Virussen zijn een heel klein soort ziektekiemen.
Griep en verkoudheid zijn voorbeelden van virus-ziektes.
Tegen virussen verdedigt ons lichaam zich anders.
De witte bloedlichaampjes zijn geel.
De anti-stoffen zijn groen.
bescherming tegen virussen
bescherming tegen virussen

Tegen virussen maken witte bloedlichaampjes (2) __________________.

Immuun

Virus-ziekten zijn bijvoorbeeld mazelen, rode hond en pokken.
Dat zijn ziektes die je vooral als kind kan oplopen.
Je lichaam gaat dan op zoek naar passende antistoffen.
In de tussentijd ben je ziek.
Maar gelukkig kan je lichaam vrijwel altijd vanzelf weer antistoffen vinden.
Dan wordt je snel weer (3) _________.
En vanaf die tijd kan dat virus jou niet meer ziek maken.
We zeggen dan dat je immuun bent voor dat virus.
bescherming tegen virussen
Drie soorten griep-virussen

Griep

De meest bekende virussen zijn griep en verkoudheid.
Als een griep-virus binnendringt kan jij ziek worden.
Maar jouw witte bloedlichaampjes maken (4) __________________.
Daarna wordt je weer beter en ben jij verder weer (5) _________.
Maar griep-virussen heb je in allerlei verschillende soorten.
Ben je immuun voor griep A dan kan later griep B komen.
En dan begint het zoeken naar een juiste anti-stof opnieuw.
inenting
Inenting

Inenting

Hier krijgt Edwin een prik met anti-stoffen tegen polio.
Hij zal dus (6) wel / niet de ziekte polio krijgen.
We noemen zo'n prik een in-enting.
En Edwin is na de prik (7) _________ voor polio.

Aids

Aids (spreek uit: "eets") is in 1981 ontdekt.
Aids is een virus, net als (8) _______.
Maar aids is veel gevaarlijker.
Want tegen aids kan je niet immuun worden.
Aids valt namelijk zelf de witte bloedlichaampjes aan.
En zonder witte bloedlichaampjes kan je niet beter worden.
Iemand met aids heeft dus (9) wel / geen weerstand.
Hij of zij kan door die aids allerlei andere ziektes krijgen.
Hieronder zie je getekend hoe aids het "wint".
De witte bloedlichaampjes zijn geel.
De anti-stoffen zijn groen.
hoe aids onze afweer te slim af is
hoe aids onze afweer te slim af is

Bij 1 maken de witte bloedlichaampjes anti-stoffen.
Maar bij 2 past geen enkele anti-stoffen op het aids-virus.
Je kan dus (10) wel / niet immuun worden tegen aids.
Maar aids haalt dezelfde truc met ons uit.
Het aids maakt bij 3 zelf stoffen tegen onze witte bloedlichaampjes.
En bij 4 vallen deze stoffen onze witte bloedlichaampjes aan.
Dat de witte bloedlichaampjes dood gaan zie je bij (11) 1 / 3 / 5
En zonder witte bloedlichaampjes heb je geen weerstand.
Vanaf dat moment kan je van allerlei ziektes doodgaan.
campagne om veilig te vrijen
Vrij veilig!

VRIJ VEILIG

Aids kan je via bloed, sperma en vagina-vocht oplopen.
Aids loop je daarom vooral op één manier op: met sex.
(en verder via vuile spuiten en verkeerde bloedtransfusies).
Als je nooit met iemand neukt zal je dus geen aids krijgen.
Maar gelukkig hoeft dat nou ook weer niet.
Je kunt veilig vrijen, zonder risico op aids.
Veilig vrijen betekent: zonder te neuken, pijpen of likken.
(Pijpen en likken is als je elkaars geslacht likt).
Of als je toch wilt neuken: met een condoom.
hiervan krijg je geen aids
hiervan krijg je geen aids

Waarvan krijg je geen aids?

Er bestaan nogal wat fabeltjes over aids.
Je krijgt aids niet via toiletpapier.
Hier zie je op een rol geschreven waar je echt géén aids van krijgt.
Vul nu zelf de tabel hieronder in:
Je kan GEEN aids krijgen van: (12) ________________________________________
Je kan WEL aids krijgen van:
(13) ________________________________________
__________________________________________________
__________________________________________________

Vragen

1.
Tegen griep maakt je lichaam (14) __________________.
Daarna wordt je weer beter en ben jij weer (15) _________.

Extra stof

2.
Tegen polio wordt je ingeënt met (16) __________________.
Nog vaker krijg je als inenting een heel klein beetje van de ziektekiemen zelf ingespoten.
Je wordt dan een heel klein beetje ziek: Net te weinig om erg ziek van te worden,
maar net genoeg om je witte bloedlichaampjes anti-stoffen te laten maken.
Zodra je lichaam de juiste anti-stoffen heeft gevonden ben je (17) _________.